Ze zijn terug en hoe! Het leek er even op dat de Predators door twee mislukte optredens voor altijd van het witte doek verdwenen waren. Robert Rodriguez dacht daar anders over, stofte zijn oude scenario uit 1995 af en blies leven in een late maar puike sequel op de allereerste film uit 1987 met Arnold Schwarzenegger.
Een groep mannen en een vrouw wordt wakker tijdens een vrije val net voordat hun parachutes openen en ze in een dichtbegroeide jungle belanden. De meeste van hen zijn zwaarbewapend en komen duidelijk rechtstreeks van een slagveld. Hoe ze hier terechtgekomen zijn weten ze niet. Ze komen overal vandaan. Zo is er yakuza huurmoordenaar, een Russische commando, een lid van een Afrikaanse doodseskader, een huurmoordenaar voor de Mexicaanse drugskartels, een vrouwelijke Israëlische scherpschutter, een ter dood veroordeelde seriemoordenaar, een Britse huursoldaat en een onschuldig ogende arts. Wanneer de groep erachter komt dat ze op een andere planeet zijn wordt ook snel duidelijk dat er op hen gejaagd wordt. Ze weten niet door wie maar wel dat hun tegenstander een machtige en superieure jager is die hen één voor één tot zijn prooi zal maken.
‘If it bleeds, we can kill it’
John McTiernan raakte in 1987 de absolute actiesnaar toen hij Arnold Schwarzenegger in de Zuid-Amerikaanse jungle zijn spieren liet rollen voor Predator. Het werd één van de meest succesvolle actiefilms uit de jaren tachtig en bracht de geboorte van een nieuwe filmicoon uit de koker van special effects tovenaar Stan Winston. De uitstekende actiescènes, de forse dosis adrenaline en testosteron, snedige oneliners als ‘If it bleeds, we can kill it’ en meer spieren en vlees dan een gemiddeld abattoir in een week kan verwerken maakten Predator tot het ultieme macho snoepje dat ook na 23 zijn smaak nog niet verloren heeft.
Het onvermijdelijke vervolg dat in 1990 verscheen als Predator 2 haalde het niet bij het origineel en werd vooral op video nog een hitje. In de loop der jaren bouwde de Predator een forse fanbase op die nog eens werd gevoed door talloze optredens in niet altijd even beste en vooral ver gezochte comics waarin de buitenaardse jager in het strijdperk trad tegen onder anderen Batman (hij verscheen zelfs in de korte fanfilm Batman: Dead End), Superman, Judge Dredd en die andere Stan Winston icoon, The Terminator. De meest opvallende confrontatie openbaarde zich in de comics waar de Predators uitkwamen tegen de aliens uit de Alien franchise. Die comic reeks loopt nog steeds en vormde ook de inspiratiebron voor de aanmerkelijk minder geïnspireerde filmuitingen Aliens vs Predator waarmee Twentieth Century Fox bijna twee franchises de nek omdraaide. Met AVP: Alien vs Predator (2004) en de opvolger Aliens vs Predator: Requiem (2007) leek het lot van beide franchises bezegeld. Beide intergalactische giganten blijken echter niet klein te kringen en terwijl Ridley Scott werkt aan twee Alien prequels laat regisseur Nimrod Antal onder productie van Robert Rodriguez Predators op de wereld los. Het is duidelijk dat de liefde voor het origineel bij beide heren groot is en ze voelen goed aan wat het hart van Predator uit 1987 was. En dat was ook het enige wat de franchise kon redden.
Nieuwe en oude wijn in de zakken
Robert Rodriguez heeft met over de top actiespektakels als Desperado en Once upon a time in Mexico, de horror misdaad komedie From dusk till dawn en het stijlvolle Sin City laten zien dat hij zijn mannetje kan staan. Hij schreef overigens in 1995 al een scenario voor een derde Predator film dat door 20th Century Fox naar de prullenbak werd verwezen omdat de productie te duur zou zijn. Rodriguez had geduld en vijftien jaar later blaast hij alsnog leven in zijn Predator. Had hij dat maar eerder gedaan, dan was ons het debacle van de beide Alien vs Predator films waarschijnlijk bespaard gebleven. Met Nimrod Antal heeft hij een kundige samenwerkingspartner op de regiestoel gezet. Antal zag zijn ster de afgelopen jaren snel reizen degelijk maar weinig opzienbarende genrefilms als Vacancy (2007) en Armored (2009). Predators is zijn visitekaartje naar de hogere regionen. Predators laat het eerste vervolg met Danny Glover en de beide Alien zijstapjes volledig buiten beschouwing en sluit direct aan bij de eerste film. Dat geldt niet alleen voor de plot maar ook voor de toon, sfeer en aanpak. Er wordt zelfs rechtstreeks verwezen naar de plot van de eerste film wanneer scherpschutter Isabelle (Alice Braga) vertelt over een missie enige tijd daarvoor in de Zuid-Amerikaanse jungle waarbij slechts één overlevende zijn verhaal kon doen en de confrontatie met een buitenaards wezen beschreef. Een leuke maar wel wat vreemde verwijzing want hoe kan een relatief eenvoudige scherpschutter van de Israëlische geheime dienst op de hoogte zijn van een ultra geheime operatie van het Amerikaanse leger. Even knipogen dus want de werking van het verhaaltje in de film is groter dan onze kritische noot. Antal en Rodriguez verwijzingen verschillende malen naar het origineel waarbij de aanwezigheid van de razende M134 minigun tranen van ontroering in de ogen brengt bij de herinnering aan ‘good old painless’ en als aan het einde van de film dan ook nog eens ‘Long Tall Sally’ van Little Richard klinkt wordt het voor de ware Predator fan echt tijd voor een Kleenex. De meest opvallende brug tussen beide films is de uitstekende soundtrack van John Debney die rechtstreeks aansluit bij de klassieke score die Alan Silvestri voor het origineel schreef en voor een aanzienlijk deel bepalend was voor de spanning en het opzwepende tempo in de film. De score van Silvestri gold in de jaren tachtig en nog steeds als één van de beste actiescores ooit gecomponeerd. En ook nu doen de opzwepende thema’s en de mysterieus wegstervende Zuid-Amerikaanse percussie zijn werk. Rodriguez en Antal bewijzen met hun late vervolg dat niet alle sequels zondermeer rommel en dat de Predators krachtig genoeg zijn om de tand des tijds te overleven. Ze hanteren dezelfde no-nonsense aanpak die ook John McTiernans eerste film groot maakte. Die aanpak draaide om een fundamentele overlevingsstrijd vol robuust wapengekletter die balanceerde op een scherpe snede van horror, volbloed actie en science fiction. Dat evenwicht vinden ook Antal en Rodriguez.
Het scenario is zeker geen alternatieve remake. De toevoegingen en aanvullingen die Alex Litvak en Michael Finch aanbrengen in de franchise zijn verantwoord en passend. Daarbij weten ze met een paar snelle penseelstreken een reeks interessante en kleurrijke karakters neer te zetten die niet slechts kanonnenvoer zijn. Interessant aan de casting is het optreden van Adrien Brody. Brody is niet het stereotype actieheld en staat mijlenver van meneer Schwarzenegger. Maar wat Brody fysiek mist compenseert hij ruimschoots door acteertalent en met een innemende verschijning die uitstekende bij de rol past. Zijn melancholieke, wat cynische blik past exact bij de murw geslagen en door het slagveld getekende huursoldaat. Samen met Alica Braga, als de kundige scherpschutter, vormt hij feitelijk het minst kleurrijke maar daardoor wel meest realistische aandeel in de cast. De meer exotische verschijningen van Danny Trejo, Oleg Taktarov, Louis Ozawa Changchien en Mahershalalhashbaz Ali passen meer in het straatje van vervlogen Schwarzenegger tijden. Een van de meest opvallende confrontaties in Predators is die tussen de Predator en de yakuza huurling, gespeeld door Louis Ozawa Changchien. Het is een gevecht dat relatief eenvoudig door de Japanner gewonnen had moeten worden. Hij is vele malen sneller en behendiger met zijn katana dan de grote, logge Predator. De Predators zijn geweldige jagers met vooral een fysiek en technisch overwicht maar dat maakt hen nog niet tot meesterlijke krijgers als een in samoeraitechnieken geschoolde yakuza huurling. Het is een confrontatie die wankelt. Evenals het nogal vreemde optreden van Laurence Fishburne als Noland, een man die al meerder jaren weet te overleven op de planeet. Hij openbaart zich als een ware ‘badass’ en vervalt een paar minuten later ineens tot een volledig doorgedraaide mafketel die de voortgang van het verhaal en het tempo van de film negatief beïnvloedt. Maar goed, het mag de pret niet drukken.
Predators is een stevig staaltje kunst en vliegwerk dat naast een eerbetoon aan de originele Predator ook een waardig vervolg is dat de vieze smaak van AvPI en II wegspoelt. Het einde van de film is zonder twijfel de opening naar een volgend avontuur. Met Antal en Rodriguez achter de schermen hebben we daar wel vertrouwen in. Zolang het maar geen halfzacht aftreksel wordt als Stephen Hopkins in 1990 afleverde met Predator 2.