De politie komt nogal eens in het nieuws. Soms goed maar meestal niet al te best. Falend optreden, missers in het onderzoek tot schandalen achter de schermen, vaak voortkomend uit de voortdurende wisselwerking tussen een steeds harder wordende samenleving, onderbezetting, te weinig politieke rugdekking en een te laag salaris om je leven voor in de waagschaal te leggen. Brooklyn’s finest balt verschillende aspecten van de problematiek samen tot een misdaaddrama dat een hoge mate van déjà vu gevoel kent.
In het beruchte 65ste district in Brooklyn, New York raken de gemoederen danig verhit wanneer de politie een ogenschijnlijk onschuldige zwarte jongen doodschiet. In het strijdgewoel probeert de corrupte detective Salvatore "Sal" Procida (Ethan Hawke) het hoofd boven water te houden. Hij heeft door een optie op een nieuw huis voor zijn gezin ernstige financiële problemen en probeert als lid van de antidrugs eenheid hier en daar flinke sommen drugsgeld achterover te drukken. De dealers blijken alleen niet genoeg geld op zak te hebben om Sal uit zijn nood te helpen. In hetzelfde district speelt undercover agent Clarence “Tango” Butler (Don Cheadle) een gevaarlijk spel om de gewelddadige bende van de zojuist vrijgekomen Caz (Wesley Snipes) definitief uit te schakelen. Tango zit zo diep in de criminele wereld dat zijn baas, Lt. Bill Hobarts (Will Patton), zich zorgen maakt over zijn man in het veld. De komst van een arrogante en keiharde FBI agente (Ellen Barkin) komt de zaak niet ten goede en zet de relatie tussen Tango en Hobarts verder op scherp. Voor de uitgebluste straatagent Eddie Dugan (Richard Gere) zit het er bijna op. Hij moet nog een week en dan gaat hij met pensioen. Niet dat het leven van de alleenstaande aan alcohol verslaafde en depressieve Eddie nog veel voorstelt. In zijn laatste dagen moet hij tegen zijn zin een nieuwe rekruut inwerken en dat loopt volledig uit de hand.
Laten we er geen doekjes on winden. Scenario schrijver Michael C. Martin weet heel goed wat hij doet. Hij plukt als een ware eclecticus overal en nergens elementen en clichés vandaan en giet deze in de beproefde scenario structuur van Guillermo Arriaga (Amores perros (2000), 21 grams (2003), The burning plain (2008)). Met Antoine Fuqua op de regiestoel heeft het er dan ook nog eens alle schijn van dat Fuqua een laat vervolg wil afleveren op zij eigen succesverhaal Training day. Het is stuivertje wisselen. Ethan Hawke, die in Training day de goedzak was, speelt in Brooklyn’s finest feitelijk de Denzel Washington rol uit Training day. Het klinkt als een contradictio in terminis maar Brooklyn’s finest is een pakkende collectie politiedrama clichés die door een reeks puike acteer optredens wordt gered uit de obscuriteit. Wat dat betreft past de film in het rijtje van degelijke maar niet bijster originele films dat Fuqua na Training day afleverde met Tears of the sun (2003), King Arthur (2004) en Shooter (2007). Het is allemaal vermakelijk en heeft een hoge entertainmentfactor zonder memorabel te zijn.
Op de acteerprestaties is weinig tot niets aan te merken. De heren in de film zijn geroutineerde acteurs die ook in dit geval nog wel iets kunnen met hun cliché overladen rollen. Waar zij niets aan kunnen doen is het vreemde pad dat Fuqua bewandelt op weg naar de climax. De hele film werkt immers, mede door de Arriaga structuur, toe naar een slotsom waarin de drie hoofdkarakters elkaar het pad zouden moeten kruisen. De verbazing is groot wanneer dat einde in zicht komt via een reeks (soms geforceerde en gekunstelde) misverstanden en de paden elkaar inderdaad kruisen zonder tot een onderlinge en inhoudelijke verwevenheid van verhaallijnen te komen. In een melige bui zou het einde van de film zelfs lachwekkend kunnen werken.
Brooklyn’s finest is op zijn best een lang maar onderhoudend misdaaddrama voor een niet al te kritische toeschouwer op zoek naar wat spanning, actie, sensatie en fors geweld. Het is zeker niet Fuqua’s finest.