Er zijn van die films die je bijblijven en ondanks hun gedateerde voorkomen toch een zekere charme behouden. Vooral science fiction films uit het verleden zijn nu vaak achterhaald wanneer we techniek en speciale effecten op de korrel nemen. Dat geldt ook voor Michael Crichtons Westworld uit 1973 en toch is deze Terminator avant la lettre ook nu nog een onderhoudend en degelijk gemaakt werk dat soortgelijke films uit het heden nog steeds in de schaduw zet. Crichton schreef zelf het verhaal van Westworld dat feitelijk kinderlijk eenvoudig. Ook in 1973 ging de regel dat het venijn in de eenvoud zit al op. Het vakantiepark Delos bestaat uit drie werelden: het Romeinse Rijk in zijn hoogtijdagen, de romantische Middeleeuwen en het robuuste Wilde Westen. Voor een bedrag van 1000 dollar per dag kunnen bezoekers zich helemaal in een andere tijd wanen en de meest wilde avonturen beleven. Het is de puur hedonistische belevenis waar niets verkeerd lijkt te kunnen gaan. De ‘inwoners’ van de drie werelden zijn immers niet van echt te onderscheiden robots. En dat betekent dat ook vrije seks en moord en doodslag geen probleem zijn in de wereld van Delos. Het werd in 1973 nog niet met zoveel woorden uitgesproken maar de boodschap van Crichton is duidelijk. Er zijn allerlei beveiligingen voorhanden om ervoor te zorgen dat niet toevallig twee mensen elkaar te lijf gaan en de robots zijn zo geprogrammeerd dat ze mensen geen kwaad kunnen doen. Geen verregaande robotwetten van Isaac Asimov maar een instelling op een printplaat. Wanneer er met regelmaat kleine storingen in het gedrag van de robots beginnen te verschijnen trekt het hoofd van het team van wetenschappers van Delos aan de alarmbel. Zijn noodkreet wordt weggestemd door het overwicht van de commerciële belangen die op het spel staan. Wanneer de stoppen dan echt doorslaan en de robots zich tegen de gasten keren is dat het begin van een ware slachting. In Westworld krijgen vakantiegangers Peter Martin (Richard Benjamin) en John Blane (James Brolin) de kwaadaardige revolverheld Gunslinger (Yul Brynner) tegenover zich die ineens wel degelijk met scherp schiet, niet van ophouden weet en hardnekkig de achtervolging inzet. Creatief met een handvol dollars
Michael Crichton maakte met Westworld zijn debuut als regisseur. De voormalige geneeskundestudent had in 1969 al een flink succes geboekt met zijn beklemmende roman The Andromeda Strain (1969), dat in 1971 al was verfilmd door Robert Wise. Met dat succesverhaal onder de arm wist Crichton eerst in 1972 de Tv film Pursuit (1972) te realiseren naar zijn eigen roman Binary. Toen was Crichton klaar voor het grotere werk en kreeg de kans om zijn Westworld te verfilmen. Het in veel van zijn verhalen terugkerende thema van op hol geslagen of mislukte technologie en wetenschap was ook hier, evenals in The Andromeda Strain en latere werken als Coma en Jurassic Park, weer de inzet. Toch is Crichton daarbij in zijn weergave niet zo klinisch en afstandelijk als David Cronenberg die vaak vanuit eenzelfde en doorgaans humorloos uitgangspunt werkt. Crichton maakt plaats voor relativerende humor in zijn karakters en zelfs bij de ijzige Gunslinger kan er nog een geforceerd lachje vanaf. Het was daarbij ook wel duidelijk dat Yul Brynner zijn eerdere vertolking in The Magnificent Seven (1960) op de hak nam. In een vrijwel zwijgzame rol werd hij als de vasthoudende Gunslinger feitelijk een blauwdruk voor The Terminator uit 1984. Crichton kreeg voor zijn speelfilmdebuut slechts 1.25 miljoen dollar mee maar dat is de film niet aan te zien. Met veel creativiteit en gebruikmakend van al bestaande sets op het MGM studioterrein wist Crichton de kosten aardig te drukken en kon zelfs nog bewerkstelligen dat zijn film te boek staat als de eerste film waarin digitale beelden uit de computer werden gebruikt. Niet slechts grafische toepassingen op een monitor maar de beelden die we zien wanneer we het perspectief van de Gunslinger innemen. Het renderen van die beelden nam acht uur in beslag voor iedere tien seconden.
Motieven en invloed
Michael Crichton zou in de loop der jaren meer films regisseren als Coma (1978), The Great Train Robbery (1979), Looker (1981), Runaway (1984) en Physical Evidence (1989). Naast het regisseren schreef Crichton ook nog steeds en dat kreeg een forse boost toen Steven Spielberg besloot Crichton’s roman Jurassic Park uit 1990 te verfilmen. Het succesverhaal van de film uit 1993 zette zich voort en Crichton zag zijn nieuwe romans snel tot films worden als Rising Sun (1993), Disclosure (1994), Congo (1995), Twister (1996), The Lost World: Jurassic Park (1997), Sphere (1998), The 13th Warrior (1999) en het abominabel verfilmde Timeline (2003).
Met het vervolg op Westworld dat in 1976 verscheen als Futureworld had Crichton niets van doen. Het bijzonder slechte vervolg sloeg nergens op en herhaalde beelden uit Westworld om nog tot enige spanning te komen. Futureworld met Peter Fonda en Blythe Danner flopte jammerlijk en was feitelijk een smet op het blazoen van Westworld.
Westworld blijft een interessante film. Enerzijds omdat hij gewoon meer dan onderhoudend is en anderzijds omdat er thema’s en motieven in zitten die in de jaren daarna en zelfs tot op de dag van vandaag veelvuldig terugkeren in films. Kijken we bijvoorbeeld naar de zeer populaire Tv serie The Six Million Dollar Man, die eveneens in 1973 het levenslicht zag. De man van zes miljoen kreeg in de serie veelvuldig robots tegenover zich die verdacht veel leken op de robots uit Westworld. Een aardige link is dat acteur Alan Oppenheimer, die in Westworld de Chief Supervisor is die aan de bel trekt over de storingen, in de serie The Six Million Dollar Man de rol speelt van Dr Rudy Wells, de man die Steve Austin van zijn bionische lichaamsdelen voorziet.
Dat Crichton in Westworld eigenlijk nooit een verklaring geeft waarom de robots zich tegen de mensen keren is hem vergeven. Het maakt deel uit van het mysterie en net als de wetenschappers in de film weten wij het ook niet. Lezen we tussen de regels door dan lijkt het wel of de steeds geavanceerder wordende robots in Delos een eigen bewustzijn beginnen te ontwikkelen. En daarmee sijpelen de robotwetten van Asimov toch weer het verhaal binnen.
Westworld was vóór Star Wars uit 1977 één van de grootste scifi kassuccessen van de jaren zeventig. Het is dan ook niet vreemd dat ook Westworld inmiddels is aangevallen door de remakerobot van Hollywood, een zeer gevaarlijke en hardnekkige robot zonder enige vorm van intelligentie en slechts gericht op vernietiging van cultureel erfgoed.
Constant Hoogenbosch ©Movie Machine 2007
|