Van de Italiaanse regieveteraan Gianni Amelio zagen we in Nederland eerder Le chiavi di casa (2004). Een film vol gevoel en geweten. Beide begrippen vormen ook de basis van Amelio’s La stella che non C'è.
Gebaseerd op de roman La Dismissione van Ermanno Rea maken we in Gianni Amelio’s film kennis met de Italiaanse ingenieur Vincenzo Buonavolontà (Sergio Castellitto). Vincenzo heeft last van zijn geweten omdat zijn vorige werkgever een inferieure machine heeft geleverd aan een staalfabriek in Shanghai die zelfs de nodige risico’s meebrengt voor de arbeiders die ermee werken. Hij neemt zich voor om de leidinggevenden van de fabriek persoonlijk op de hoogte te brengen en vertrekt naar China. Eenmaal in China maakt Vincenzo echter kennis met een land waarvan hij noch de taal, noch de cultuur en de gewoontes begrijpt. En dat maakt zijn missie er niet makkelijker op. Zijn enige houvast is de jonge studente Liu (Tai Ling), die hem door China zal begeleiden en als tolk zal optreden. Zelfs met haar hulp lijkt zijn persoonlijke missie onbegonnen werk. China is immers geen bijzonder open, gastvrij land en al snel stuit Vincenzo op een muur van onbegrip en onverschilligheid. Toch zullen de tocht door deze onbekende cultuur en zijn ontmoeting met de bescheiden Liu zijn leven drastisch beïnvloeden.
Na een afgeronde studie Filosofie besloot Gianni Amelio zich toe te leggen op het regisseren van films en werkte vervolgens in Rome als assistent regisseur. Eind jaren zestig verschenen zijn eerste eigen werken. Met zijn Il ladro di bambini kreeg Amelio in 1992 heel wat internationale aandacht. In 2004 presenteerde hij het gevoelige drama Le chiavi di casa met Charlotte Rampling en Kim Rossi Stuart. Amelio’s werk wordt internationaal doorgaans goed ontvangen en zo werd hij drie keer winnaar van de European Film Awards voor Best European Film. Verder won hij in Venetië in 1998 de Gouden Leeuw voor Così ridevano.
Voor de hoofdrol in La Stella che non c’è koos Amelio de Italiaanse rasacteur Sergio Castellitto, die zijn kunnen eerder liet zien in Bella Martha (2001), Caterina va in città (2003) en Non ti muovere (2004)). Er zit wel iets van een Don Quichote in Castellitto’s vertolking van Vincenzo. Hij trekt op welhaast tragische wijze ten strijde tegen Chinese windmolens die hem niet willen of kunnen begrijpen.
La stella che non c'è is een waardige opvolger van Le chiavi di casa hoewel Amelio hier gevoeligere emotionele paden betrad. Het door Luca Bigazzi prachtig gefilmde La stella che non c’é blijft iets teveel zweven tussen een semi-reisdocumentaire, een road/river movie en een interculturele romance die alle praktische problemen nietig verklaard. De welhaast idyllische reis die Vincenzo en Liu per boot en per bus de schone Chinese binnenlanden in brengt is niet verstoken van een sociaal-maatschappelijk kritisch oog wanneer Amelio wel degelijk zijn camera richt op de straatarme, vaak verlaten kinderen en de compleet verpauperde en volgestouwde appartementencomplexen waarvoor het beeld van de grote roerganger Mao prijkt. Waar Amelio steken laat vallen in het scenario is er het geweldige camerawerk van Luca Bigazzi die de locaties in Peking, Singapore en Genua op bijna magische wijze vastlegt. La stella che non c’è werd in Venetië genomineerd voor de Gouden Leeuw en werd winnaar van de Mimmo Rotella Foundation Award en de Pasinetti Award voor Beste Acteur. Terechte lof voor een film die ondanks zijn tekortkomingen een sterke aantrekkingskracht uitoefent door de plot, het spel en de betoverende locaties.
Constant Hoogenbosch ©Movie Machine 2007
|