De liefde van een moeder voor haar opgroeiende zoon neemt een obsessieve wending wanneer zij niet kan accepteren dat hij steeds meer tot een zelfstandig individu wordt met een eigen (seksuele) belevingswereld. Een drama met scherpe kantjes van Martial Fougeron, die met ‘Mon fils a moi’ zijn speelfilm regiedebuut maakt.
De jeugd van Julièn lijkt onbezonnen. Hij groeit op in een harmonieus en liefdevol gezin waar hem niets tekort komt. Zijn vader heeft een goede academische baan en zijn moeder heeft het beste voor met haar kinderen. En met Julièn in het bijzonder. Terwijl zijn afwezige vader alleen maar rust in het huishouden wil slaat zijn obsessieve moeder haar tentakels uit in alle aspecten van het leven van zoon Julièn. Ze weigert op ziekelijke wijze de symbiotische relatie met haar opgroeiende zoon los te laten. Wanneer Julièn zich meer en meer bewust wordt van zijn eigen seksualiteit en oog krijgt voor meisjes trekt moeder de emotionele teugels nog strakker aan en weigert Julièn te erkennen als een autonoom (seksueel) individu. Moeder laat geen middel onbetuigd en geeft zich over aan tal van wreedheden en bizarre machtspelletjes om Julièn en zijn leven onder controle te houden. De diepongelukkige Julièn probeert zich uit alle macht los te maken uit de verstikkende en bedreigende greep van zijn moeder. Hij doet een beroep op zijn oma, zijn oudere zus en vindt zelfs een vriendinnetje. Maar de greep van moeder lijkt zich alleen maar te versterken. Het ziet er naar uit dat Julièn naar radicale middelen moet grijpen die niet zonder gevolgen blijven. Niets is sterker dan moederliefde maar onderschat ook de moed der wanhoop niet....
Martial Fougeron leverde in 1999 zijn eerste korte film op 35 mm af met ‘Je vois déjà le titre’ (1999) gevolgd door ‘Finie la comédie!’ (2000) en ‘Une voix d'homme’ (2001). De korte film ‘Il y a longtemps que je t'Aime, voix off’ uit 2003 werd een voorstudie voor zijn eerste lange speelfilm ‘Mon fils à moi’ (2006). Fougeron kiest zeker niet de makkelijkste weg voor zijn regiedebuut. De thematiek ligt gevoelig en het vergt heel wat vakkundigheid een jonge acteur als Victor Sévaux te coachen in zijn zeker niet makkelijke rol. De onschuldig ogende knaap met zijn breekbare uiterlijk is een makkelijke prooi in de klauwen van zijn moeder. Sévaux heeft goed in de gaten dat zijn karakter Julièn een jongen is die heen en weer geslingerd wordt in de haat-liefde verhouding die hij met zijn moeder heeft.
Voor de hoofdrol van de moeder koos Martial Fougeron de gerespecteerde en gevierde Franse actrice Nathalie Baye (Mainneville, 1948). De intelligente Baye bewees haar kunnen in een groot aantal uiteenlopende rollen en met talloze Franse en internationale filmprijzen. In haar inmiddels meer dan 25-jarige filmcarrière werkte ze inmiddels samen met topregisseurs als Francois Truffaut, Jean-Luc Godard, Bertrand Tavernier en Bertrand Blier. Ze beleefde haar doorbraak in 1973 toen ze onder hoede van Francois Truffaut verscheen in ‘La nuit Américaine’ (1973). In de loop der jaren was Nathalie Baye te zien in films als ‘L'Homme qui aimait les femmes’ (1977), ‘La chambre verte’ (1978), ‘Sauve qui peut (La Vie)’, waar ze een César (Franse Oscar) voor won. Een tweede en derde César volgden voor haar bijrol in 1981 in ‘Une étrange affaire’ en een jaar later voor haar rol in Bob Swaims ‘La Balance’. Meer recent verscheen Baye in ‘Une liaison pornographique’ (1999), waarvoor ze de prijs won voor Beste Actrice op het Filmfestival van Venetië. Voor ‘Mon fils a moi’ kreeg Baye op het San Sebastián Internationaal Film Festival de Zilveren Schelp, regisseur Martial Fougeron won hier de Gouden Schelp. De lof voor Baye is terecht. Ze speelt de moedige rol in die zin dat het moeilijk wordt de rol los van de actrice te zien. Baye speelt haar rol met een angstaanjagende overtuiging en doet geen enkele poging er als persoon beter vanaf te komen. Baye’s rol is er één die je makkelijk haat.
Waar regisseur Fougeron wel steekjes laat vallen is in de psychologische uitwerking van zijn karakters. Het is duidelijk dat de moeder ernstige psychische problemen heeft die al ver teruggaan, maar wat die problemen u precies zijn blijft een raadsel. Een volledige uitwijding is niet nodig maar enige achtergrond had geen kwaad gedaan en het karakter alleen nog maar dreigender kunnen maken. De scène waarin oma voor de gesloten deur staat en haar dochter toespreekt smeekt om meer diepgang maar die blijft uit.
Ook in de weg naar de uiteindelijke climax gaat Fougeron met net 90 minuten verteltijd kort door de bocht en komt met een teleurstellende slotsom. Fougeron drijft zijn karakters naar een onvermijdelijke climax maar wanneer die er dan is, doet hij zich er wat makkelijk vanaf met een voice over en een onbevredigende dooddoener. De kijker wil genoegdoening en krijgt dat, zonder het einde prijs te geven, niet. Hoewel we allemaal uiteindelijk weten wat er voorgevallen is worden we met een kluitje in het riet gestuurd en dat doet afbreuk aan de kleine anderhalf uur die daar aan vooraf ging. Laten we Fougeron het voordeel van de twijfel geven als beginnend regisseur die pittige materie aansnijdt maar in de uitwerking nog net niet over de juiste balans beschikt.
Constant Hoogenbosch ©Movie Machine 2007
|