De afgelopen jaren zagen we heel wat films voorbij komen rond een gebeurtenis die een centrale plaats inneemt waarbij betrokkenen vanuit verschillende perspectieven hun kant van dat verhaal belichten. In het beklemmende vijfluik van Karen Moncrieff is het de vondst van een dood meisje.
Toni Collette is de verlegen Arden die op een dag tijdens een wandeling het ontzielde lichaam van een jonge vrouw aantreft. Zelf kampt ze met een vreselijk heersende moeder die haar voortdurend bestookt met vernederingen en niets anders in de zijn heeft dan haar dochter te kleineren. De vondst van het dode lichaam maakt een onuitwisbare indruk op haar leven en blijft niet zonder gevolgen. Elders is er de jonge lijkschouwster Leah. Haar zus is al jaren vermist en nu ze het al ernstig ontbonden lichaam van de jonge vrouw voor zich ziet denkt ze dat haar zusje is. Vervolgens is er de moeder die het leven van haar weggelopen en uiteindelijk vermoorde dochter probeert te achterhalen en voor een gevoelige verrassing komt te staan. En dan is er natuurlijk nog de moordenaar en het verhaal van de jonge vrouw zelf.
In een beklemmend maar innemend vijfluik belicht regisseuse Karen Moncrieff de vijf perspectieven. Moncrieff’s The Dead Girl is een film die qua opzet en scenarioaanpak thuishoort in het rijtje van films als Go, Amores Perros, 21 Grams, Babel, Crash en 11:14. Het centrale plotelement is in The Dead Girl het dode meisje uit de titel waar zich alle andere verhaallijnen aan verbinden. Moncrieff slaagt erin in korte episoden treffende impressies te geven van de verschillende betrokkenen die het dode meisje omgeven. Daarbij is de opening van de film overigens goud waard. De episode waarin de altijd uitstekende Toni Collette het lichaam vindt zet een toon en doet een belofte die niet helemaal meer waar wordt gemaakt. Collette heeft heel wat te stellen heeft met haar vreselijke en heersende moeder, onvergetelijk vertolkt door Piper Laurie, die haar Carrie rol nog eens dunnetjes overdoet, en zet schoorvoetend haar eerste stappen op het liefdespad met de ook weer goed gecaste Giovanni Ribisi. De episode met Collette, Lauri en Ribisi is het beste stuk uit de film dat Moncrieff tot een volledige film uit had kunnen bouwen en vraagt dan ook om meer.
Daar wringt ook een beetje de schoen. Na de krachtige opening begeven de daaropvolgende episodes zich op geijkte paden van doorsnee drama’s. Het dieptepunt daarin vormt de afsluitende episode waarin we Brittany Murphy als het toekomstige dode meisje een meer dan clichématige vuilbekkende en ‘Fuck’ schreeuwende straathoer neer zien zetten. Dat is helaas de indruk waar we de zaal mee verlaten terwijl we daarvoor juist zo’n mooi en gevoelig drama hebben mogen aanschouwen.
Ondanks enige minpuntjes van onevenwichtigheid levert actrice en regisseuse Karen Moncrieff met haar tweede speelfilm een degelijk stuk drama op met een bijzonder interessante rij namen waaronder naast de eerder genoemde Collette, Ribisi en Lauri ook bijdragen van Marcia Gay Harden, James Franco en Bruce Davison. Een aanrader!
Constant Hoogenbosch ©Movie Machine 2007
|