Sinds regisseur Mamoru Oshii’s Ghost in the Shell (GITS) in 1995 geschiedenis schreef als één van de meest doorwrochte voorbeelden van het in Japan, en inmiddels ook daarbuiten, immens populaire anime-genre*, waren de verwachtingen hoog gespannen rondom een eventuele vervolgfilm. Negen jaar verstreken, waarin anime-adepten reikhalzend uitkeken naar ieder levensteken van een tweede GITS-film waar Oshii volgens insiders aan zou werken. In 2004 werd het lange wachten beloond met de première van het fabelachtige Ghost in the Shell 2: Innocence. Het animatie-niveau was ongekend hoog en liet traditionele 2D animatie naadloos samensmelten met 3D CGI (Computer Generated Images). Oshii’s opvolger was visueel dermate overdonderend dat de GITS-eersteling uit 1995, ook al een staaltje van kwalitatief hoogstaande animatie, er door werd overvleugeld, terwijl het films als het lange tijd als baanbrekend beschouwde Akira (Japan 1988, reg. Katsuhiro Otomo) en het meer recente Zuid-Koreaanse Sky Blue (alt. titel: Wonderful Days, 2003, reg. Moon-saeng Kim en Park Sunmin) moeiteloos achter zich liet. GITS 2: Innocence dong zelfs mee naar de prestigieuze Palme d’Or op het filmfestival van Cannes in 2004 en was daarmee de eerste anime die deze eer te beurt viel, en slechts de zesde animatiefilm die ooit voor de competitie in Cannes werd geselecteerd.
De plot van GITS 2: Innocence biedt voldoende aanknopingspunten met de eerste film, maar kan zeer zeker ook onafhankelijk daarvan worden bekeken. Waar Oshii zich in de eerste GITS vooral richtte op majoor Motoko Kusanagi, een deels menselijke, deels cyborg-agent van de geheime anti-spionage-eenheid Section 9 en haar pogingen om in het Japan van 2029 het mysterieuze hacker-programma The Puppetmaster (in de film ook wel aangeduid als Project 2501) te achterhalen, staan in Innocence Kusanagi’s collega’s Bateau (ook een cyborg) en Togusa centraal. Zij krijgen in 2032, wanneer de mensheid nog verder is geïntegreerd met technologie en robotica, de opdracht een aantal moorden te onderzoeken die zijn gepleegd door robots, zogenaamde gynoids, die na hun daad zichzelf vernietigden. Hun speurtocht leidt hen uiteindelijk naar het sinistere robot-concern Locus Solus (Latijn voor ‘eenzame plaats’) waar Bateau, naast vele vijandige gynoids, ook weer majoor Kusanagi ontmoet nadat hun wegen zich scheidden aan het einde van de eerste film. De thematiek van beide GITS-films is duidelijk ontleend aan Ridley Scott’s SF-epos Blade Runner (1982), met de nadruk op existentialistische vraagstukken rondom (menselijke) identiteit, realiteit en het verkennen van de scheidslijn tussen mens en machine. Maar zelfs wanneer Kusanagi en Bateau’s filsofische overpeinzingen met de nodige ironie worden genomen, blijft de adembenemende visuele kracht van de film(s) overeind.
Stilistisch vertoont GITS 2: Innocence een belangrijke overeenkomst met de eerste film uit 1995: halverwege wordt de handeling onderbroken voor een scène waarin Oshii zijn visuele flair ten beste geeft, ondersteund door de karakteristieke, zeer effectieve filmmuziek van Kenji Kawai. In GITS was dit een tocht van majoor Kusanagi door een regenachtig, nachtelijk stadslandschap, waarbij en passant vragen werden opgeworpen omtrent haar afkomst wanneer zij achter een raam een dubbelganger van zichzelf ontwaart. GITS 2: Innocence heeft als overdonderende set-piece beelden van een schitterend festival waarbij een bonte optocht van praalwagens en gemaskerde feestgangers door de straten van een stad (Tokio ?) trekt. Het is vooral hier dat het monumentale karakter van de film tot uitdrukking komt (Innocence dient dan ook bij voorkeur op een zo groot mogelijk scherm te worden bekeken), terwijl Oshii zijn film tevens uitbalanceert met zorgvuldig geschetste personages. Dit geldt vooral voor een vertederende basset hound, het huisdier van Bateau, voor welk ras regisseur Oshii naar eigen zeggen een zwak heeft en waar hij in Innocence door middel van een muzikale speeldoos in de vorm van een hond verwijst naar zijn eigen basset hound Gabriel. Hoewel de genoemde festival-scène een luttele vijf minuten duurt, is er door het special effects team van de film maar liefst één jaar aan gewerkt. Dit fragment, gecombineerd met het baanbrekende camerawerk van Miki Sakuma, de visuele en speciale effecten van respectievelijk Hisashi Ezura en Hiroyuki Hayashi, evenals de uitmuntende productie van Production I.G. en Studio Ghibli (de studio van de Rembrandt onder de anime-regisseurs, Hayao Miyazaki, en verantwoordelijk voor de meesterwerken Spirited Away (2001) en Howl’s Moving Castle (2004)) maken van Ghost in the Shell 2: Innocence een hypnotiserende reis naar het duistere hart van een glanzende, zielloze wereld waar realiteit constant in twijfel dient te worden getrokken.
Disc 1: Film gepresenteerd in aspect ratio 1.85:1 – Making of Ghost in the Shell 2: Innocence – Audiocommentaar door regisseur Mamoru Oshii en animatie-supervisor Toshihiko Nishikubo (Engels ondertiteld) – Engelse dubversie van de film in Stereo 2.0 of 5.1 – Japans gesproken versie van de film in Stereo 2.0 of 5.1 met Engelse ondertiteling.
Disc 2: Engelse DTS – Japanse DTS (Engels ondertiteld) – Trailers – Vooruitblik op GITS 2e GIG episode 5 – Interview met regisseur Mamoru Oshii.
N.B. Deze specificaties betreffen de UK-import DVD, uitgegeven door Manga Entertainment Ltd. en verkrijgbaar bij Boudisque. GITS 2: Innocence is vanaf 4 mei 2006 ook in een Nederlandse DVD-uitgave verkrijgbaar.
Rob Comans ©Movie Machine 2006
|